Inventaris van de notariële archieven van Batavia en Ommelanden
Louisa Balk, Frans van Dijk, Kris Hapsari, Diederick Kortlang, Risma Manurung, Dwi Nurmaningsih, Euis Shariasih, Triana Widyaningrum
(c) 2004
Arsip Nasional Republik Indonesia, Jakarta / Nationaal Archief, Den Haag
This finding aid is written in Dutch.
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Notariële archieven van Batavia en Ommelanden
Notariële archieven
Periode:
1624-1826 (1860)
Archiefbloknummer:
-
Omvang:
8821 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.
Archiefbewaarplaats:
Arsip Nasional Republik Indonesia, Jakarta
gedung G
Archiefvormers:
Secretarissen en gezworen klerken van de Schepenbank
Notarissen te Batavia
Secretarissen en gezworen klerken van gouvernementen in het octrooi-gebied
Assistent-residenten van regentschappen in Nederlands-Indië
Samenvatting van de inhoud van het archief:
In 1620 werd Melchior Kerchem als eerste notaris aangesteld in Batavia. Het notariaat moet worden gezien als een aanvullende voorziening op het werk van de secretarissen van de Raad van Justitie en de Schepenbank. De notarissen stelden akten op, obligaties, geloften, contracten, aliënaties en testamenten. Zij waren verplicht om aan iedereen hun diensten te verlenen ook aan mensen zonder geld, Aziaten en zelfs slaven.1642 gold mochten de notarissen geen akte passeren zonder dat deze in het bijzijn van partijen en getuigen was voorgelezen en ondertekend. Dit had tot gevolg dat vele Aziaten als getuigen meekwamen naar de notariskantoren. Daarmee is het archief van de Bataviase notarissen de belangrijkste bron voor de geschiedenis van het wel en wee van de Aziatische bevolking van Batavia. Het archief notariële protocollen afkomstig van de schepenbank van Batavia en notarissen in Batavia en de Ommelanden uit de periode 1621-1826. Bevat tevens protocollen afkomstig uit enkele residenties, voornamelijk in Oost-Java, en voornamelijk daterend uit de periode 1811-1830.