Masters Of the Orphan Chamber

Testator(s):
Hilletje Verschuur

16 September 1772

v: Plettenberg

Inventaris van alle sodanige goederen als in den ouderdom van 97 jaaren op den 8 deser maand September ab intestato metter dood ontruijmt ende nagelaten zijn, door juff:w Hilletje Verschuur laast wed:e van wijlen den oud burgerraad d: edele Hendrik Hop, in welkers nalatenschap komen te succedeeren de vier volgende staaken, namentlijk

1) der overleedene agterkindskinderen ofte de kindskinderen van haar dogter Geesje Piepersz: gehuuwt geweest met wijl: Adam van Dijk zijnde alsoo kinderen van der laatsgem:e zoon Johannes Burgert van Dijk met naamen a) Geesje van Dijk oud 17 jaaren
b) Dirk Johannes van Dijk oud 15 jaaren
c) Maria Magdalena van Dijk oud 13 jaren
d) Johannes Adam van Dijk oud 11 jaren
e) Hendrik Daniel van Dijk oud 8 jaren en
f) Catharina Hillegonda van Dijk oud 7 jaren
2) der overledene drie kindskinderen, zijnde kinderen van haar zoon den oud heemraad aan Drakenstijn mon:r Hendrik Hop, met namen a) Susanna Hop gehuuwt met Adriaan Louw Adriaansz:
b) Catharina Hop huijsvr:w van Hendrik de Waal en
c) Jan Hendrik Hop oud 20 jaaren
3) Anna Margaretha Hop huijsvrouw van den oudheemraad tot Stellenbosch mons:r Marten Melk en
4) Christiaan Fredrik Hop

Opgenomen ten overstaan van d’ E:E:s gecomm:e Weesmeesteren, beneevens haar Eerwaardens Secretaris bestaande deselve goederen in het volgende, namentlijk

Een huijs en erf staande ende geleegen in deese Tafelvalleij in ’t Blok K:K: en aldaar N:o 1 en 2 blijkens laaste transport de dato 5:e November 1716 zijnde der overledene woonhuijs
een huijs en erf geleegen in deese Tafelvalleij in ’t Blok K:K: en aldaar een gedeelte van N:o 3 en 4 uijtwijsende ’t laaste transport van den 9:e Julij 1721

In ’t eerstgem:e huijs zijnde het sterfhuijs en aldaar

In ’t voorhuijs
vijf schilderijen
een glase stulp
een staande horologie

In de camer ter regterhand
twee ophaal gordijnen
vier schilderijen
een spiegel met een vergulde lijst
een ledicant met zijn roode behangsel
een ovaale tafel
een viercante tafel
twaalf stoelen
twaalf stoel kussens
vier guerridons
een cast, daarop
vijf porcelijne potten
daarin
drie zijde rollen in zoort
twee zijde rollen aangesneeden
twee p:s soesies
drie lappen soesies
vijf voerchitsen
twee voerchitsen lappen
drie chitsen
vier chitsen spreijen
drie stucken gekeepert
een [stucken] diemit
een [stucken] pietiellis
drie stucken linnen in zoort
een [stucken] zeelas
twee stucken gestreept
vier p:s spreijtjes
een stel beddetijk
een partij lappen
een perlamoere inktcoker en een perlamoere santcoker
een chitse combaars
een partij rommeling

In de camer ter slinkerhand
drie ophaalgordijnen
vier schilderijen
een spiegel met zijn vergulde lijst
een viercante tafel
twee speeltafeltjes
twaalf stoelen
twaalf stoelkussens
derthien copere quispedoors in zoort
een cabinet toebehorende aan Christiaan Hop, daarop
een stel porcelijne potten
twee porcelijne commen en
daarin
vijf swarte chitzen in zoort
een swarte chitzen vrouwe rok
twee p:s swarte gestreepte gingan
vijf chitze sprijen in zoort
een p:s Oostindis tijk
een p:s swarte voerchits
een p:s blaauwe bafta
een p:s hanecaatjis
een lap linnen en een lap voerchits
twee boenders
een memorie boekje met silver beslag
vier verlakte bakjes in zoort
een blikje met saffraan
een perlamoere theekistje
een ledicant met wit behangsel
een schrijfkistje met coper beslag

In de gaanderij
twee copere hangblakers
twee racken, daarop
veertig porcelijne schotels in zoort
veertig porcelijne borden
drie porcelijne trekpotten
twee theebakjes

In de muurcastjis
een partij glaswerk in zoort
een theetafeltje
een theekeetel met zijn confoor
ses stoelen
thien stoelkussens

In ’t gaanderij camertje ter regterhand
een tafel
een castje, daarin
een copere coffijkan
ses copere candelaars
twee snuijters met haar bakjis
een copere veldkeetel en voorts wat rommeling
een kleere cast, daarop
een stel castpotjes
een porc:e com met zijn deksel
een porc:e emmer
vier porc:e commen in zoort en voorts wat porcelijn
daarin
twee porc:e potten
ses blicke trommels
een copere keetel
een tinne beeker, mitsg:s eenige rommeling
een stel van ses vogelkooijen
een copere nagtblaaker
twee camerbeesems
een capstok

In ’t trapcastje
een vaatje met wat haagel
een vaatje met wat koogels

In de agtercaamer
twee spiegels met vergulde lijsten
een leijtafel
een viercante tafel met een verkeerbord
twaalf stoelen
twaalf roode trijpe stoelkussens
twee armstoelen
een boek lessenaar
twee guerridons
een draagstoel met zijn stokken en banden
drie vuurstooven

In de kelder
een caarsebak
een lantaarn
een partij ledige bottels en flessen
een ijerrak

In de opcaamer
een capstok
een ijsere geldkist
een pavillioen met zijn behangsel, daarop
een buldsak
een peuluw
vijf kussens en
een combaars
een foliant Beijbel
een armstoel
een kistje
een blicke trommel
een viercant tafeltje
een kistje met coper beslag
een lessenaar met zijn voet, daarin
een partij cralen, zeijde en saijet
een sakje met oud silver
een pakje met blaauwsel
een sakje met spijkers
een copere strijkijser
een copere verlaatcraan
drie copere halfaams craanen
een copere schel
een pistool of vuurslag en voorts
een partij romm:g
vier ceijfferleijen

In de eerste bovencaamer
een spiegel
ses stoelen
een viercante tafeltje
een castje, daarin
een armfijl
twaalf avegaars
een ijsere leepel
seeven ijsere fijlen
elf ijsere kneijptangen
een ijsere schoenmakerstang
een doos met eenige booren, sloten en andere oud ijserwerk
een doosje met een partij lacq en copere spijkers
een vaatje met wat coogels
een doosje met wat oud coper
een kleerecast, daarin
een partij boeken en
twee sakpistooltjis
een Ambonshoute kist, daarin
twee porc:e boterpotjis met haar deksels en schoteltjis
drie porc:e schootels
agt en twintig porc:e borden
een partij porcelijn
een camertapijt
een combaars en wat capok

In de tweede bovencaamer
een spiegel
een capstok

In de derde bovencaamer
een spiegel
een tafel, daarop
een castje met eenige porcelijne beeldjis
thien stoelen
twee armstoelen
een rustbank
een ledicant, daarop
een buldsak
een peuluw
drie kussens en
een combaars
een ledicant, daarop
een buldsak
een peuluw
drie kussens en
een combaars

In de vierde bovencamer
een spiegel
een kist, daarin
drie pakjis kemelsgaaren
twee p:s drongan
een p:s geruijt
agt p:s bl: linnen in zoort
drie p:s slave gingan
een p:s zeelas
een lap zeelas en
wat cattoene gaaren
twee somereelen
een coorenschop
een aarde pot
twee blicke bussen
een scheepel
een tinne fles
een tinne steekbecken
elf tinne schootels
twee porc:e schootels
een oude alcatijf
twee ledige kisten
een kistje met een partij boeken
een kist, daarin
twintig porc:e schotels in zoort
neegen porc:e commen in zoort
seeventhien porc:e borden
een porc:e camerpot en voorts wat porcelijn
een kist met een partij ijserwerk in zoort
een kelder met wat lijnolij
een ledicant, daarop
een buldsak en
twee kussens
een ledicant, daarop
een buldsak
twee kussens en
een combaars
een scherm
een verkeerbord met zijn schijven
een castje met formen
vier copere taartepannen met haar deksels
twee copere vischkeetels
een cop:e casserol met zijn deksel
een cop:e smoorpan met zijn deksel
een cop:e vergiettest
een cop:e poffertjispan
twee cop:e keetels en een cop:e confoor
drie cop:e blakers
een cop:e tabaksconfoortje
een cop:e tregter
drie cop:e handquispedoortjis
een cop:e lampje
vier cop:e strijkijsers
een ijsere [strijkijsers]
een copere lantaarn en wat oud coperwerk
twee tinne coffijcannen
een ijsere braadpan
een ijsere koekepan
een ijsere capmes
een ijsere hakmes met zijn bord
een ijsere wafeleijser
een ijsere rooster
een ijsere leepel
een tabaksmess
een partij aardewerk
twee porc:e camerpotten
een partij glaswerk
een partij porcelijne kopjis en pierings
een ronde tafel
een doos met eenige glase ruijten
vier cnaapjis
twee vogelkooijen en voorts wat rommeling

In de vijfde bovencamer
vijf ledige kisten in zoort
een wieg
een gemakstoel
vier vengstergordijnen
een buldsak
drie copere keetels in zoort
een copere hanglamp
twee copere schaalen
twee copere casserollen met haar deksels
een partij oud coperwerk
twee veldstoelen
een sak met veeren
een ledige keldertje
een partij ledige bottels, cannen, aarde potten en rommeling
vier vengster raamen
een schilderij
een rak
een camerbeesem
twee lampglasen
een meel buijdel
een partij timmermans gereedschap

In de bovengaanderij
een vierkante tafel
agt schilderijn in zoort
twee armblaakers
twee verlakte bakjis
een copere croon
een glase fluijt
seeven en twintig stoelen in zoort
twee hoek beelden
een houte tabaksdoos

In de glase muurcastjes
een partij porcelijn en glaswerk

In de deurloop
een glase stulp
een viercante tafel
een copere lampet met zijn becken en ijsere voet

In de combuijs
twee racken, daarop
drie tinne schootels
vier porc:e schootels
vier en twintig porc:e borden in zoort
een combuijscast
een rak
een combuijstafel
drie emmers
een capblok
een beijl
een ijsere croon
vier ijsere potten in zoort
een copere kookkeetel
twee drievoeten
een rooster
een tang en een asschop
twee leepels
een schuijmspan
een vleeschvork
vier schoorsteenkettings in zoort
twee capmessen
vier copere candelaars
een copere vijsel met zijn stamper
een copere rasp
een copere snuijter met zijn bak en wat aardewerk

Op de agterplaats
een ladder
een dorpelsteen
drie vaaten in zoort
vier balijs
een partij oude hoepels
een ijsere balans met houte schaalen
een graaf
een pik
een coevoet

In ’t pakhuijs
een partij planken
een schaafbank
een partij schaapschaaren
een casijn
een bierpijp
een eetenstafel
een botervat
een groote aardepot
een ladder
een partij vloersteenen
twee copere heevers in zoort
een slagtbank
een sluijtmand
vijf ledige kisten
een blaasbalg
een copere taartepan
een copere caarsebak
een castje met blaauwsel
een partij lood en ijser gewigt en voorts
een partij ledige casten, kisten, houtwerk en andere rommeling

Goud en silverwerken
een silvere theebak
twee silvere schenkborden
twee silvere soepleepels
ses en twintig silvere leepels
derthien silvere forken
een silvere theeleepeltje
twee silvere candelaars
een silvere tabaksconfoortje
vier silvere zuijker en peeper busjis
twee silvere zoutvaatjes
een silvere zuijkertrommel
een silvere trekpot
vijf mesjes met silver overtrockene hegten
twee silvere penningen
een silvere maidalle
een honderd twee en sestig silvere cnoopen in zoort
een silvere brilhuijsje
twee p:r silvere schoen gespen
een silvere kurketrecker
een silvere veeter
een partij oud silver
een partij steentjes
drie slange steenen
drie goude Spaanse matten
vier goude Johannissen
drie goude crusaden
drie goude pistoletten
vijf goude Louisen
agthien goude ducaten

Contanten
Rd:s
een somma van neegen en dertig duijsend ses honderd vijf en veertig guldens en vier stuijvers, ofte 13215:4

Leijfeijgenen
een slave jonge gen:t Cobus van de Caab
een slave meijd gen:t Janna van de Caab
een slave jonge gen:t Pieter Thomasz: van de Caab
zijnde de drie bovengem:e slaven, door de juff:w overledene in de Christelijke religie doen onderwijsen en doopen met intentie omme deselve na haar overlijden, volgens het eenparig getuijgenis der gesamentlijke mondige erfgenamen uijt slavernij in vrijdom te doen stellen, weshalven gem: erfgenamen ook versogten dat aan deselve begeerte der overledene mogt werden voldaan
een slave jonge gen:t Damon van Maccassar

Inneschulden
Rd:s Rd:s
van Marten Melk over een onderh: obligatie gedateert den 1:e Septb:r 1761 sonder intrest gr: aan capitaal ƒ11000 ofte 3666:32
van Christiaan Fredrik Hop over een notarieele oblig:e van den 2:e Maart 1761 sonder intr: gr: ƒ4217 ofte 1405:32
een onderh: obligatie de dato 27 Septb:1766 1000:--
over door de overledene aan hem gesondene penn: 100:--
wegens het geene door haar volmagt den boekhouder Joh:s Knockers voor hem is uijtgegeeven 200:--
ingevolge twee onderh: briefjis de datis 1 en 7 Maart 1769 te samen 200:--
over door de overledene voor hem betaalde granen volg:s briefje alles sonder beding van intrest monterende 26:--
2931:32
boven en behalven het geene gem:e Christiaan Fredrik Hop, bij het nazien en examineeren der boedelpapieren nog bevonden zal werden aan de overledene debet te zijn
vold:n van Hans Diederik Moor ter sake eener scheepenkennisse de dato 20 November 1760 tegens 5 p:r c:to intrest ’s jaars aan cap:l ƒ5000 ofte 1666:32
wegens een scheepenk: de dato 12 October 1761 a 5 p:r c:o ƒ1600 ofte 533:16
waarop den intrest voor dit lopende jaar ten agteren staat 2200:--
vold:n van Michiel Cornelis Berning uijtwijsens scheepenk: dato 29 November 1758 a 5 p:r c:to intrest in ’t jaar ƒ3800 ofte 1266:32
van den boekhouder Sebastiaan Valentijn Scheller wegens een onderhandse obligatie de dato 7 Septb:r 1764 tegens 1/2 p:r c:o ’s maands dog waarvan de overledene jaarlijx 5 p:r c:o genomen heeft aan capitaal ƒ9000 ofte 3000:--
den intr: daarvan betaald tot 7:e Septb: 1771
vold:n van den lieutenant militair s:r Jobs Ludolf Immelman over een onderhandse obligatie de dato 10:e Maart 1754 a 5 p:r c:o intr: in ’t jaar ƒ300 ofte met den intr: sed:t 10 Maart 1772 100:--
van den coopman en provisioneel fiscaal d: edele heer Oloff Marthini Berg, volgens inhoude eener onderhandse obligatie van dato 3:e August 1772 tegens 1/2 p: c:o intrest ’s maands aan cap:l ƒ4200 ofte 1400:--
van Johannes Burgert van Dijk ter saake eener onderh: obligatie de dato 6:e Julij 1770 sonder beding van intrest en dus aan cap:l ƒ420 ofte 140:--
opgezegd den 29 8:ber 1772. 1773 den 20:e Jann: voldaan van Helmut Luttig wegens een onderh: oblig: de dato 11:e April 1747 teg:s 6 p:o c:o intr: in ’t jaar aan cap:l ƒ400 ofte waarop den intrest ten agteren staat seedert 11:e April 1771 133:16
van Nicolaas Prinsloo volgens inhoude eener onderh: obligatie door desselfs voorzaat Roelof Oelofsz: gepasseert sub dato 23 Julij 1734 p:r rest 3:12
opgezegd den 29 8:br 1772; den 29 Jann: 1773 in mindering afgelegt rd:s100 en tot het resteerende een maand uitstel verleend van Jacob Fredrik Nöthling over den inhoude eener onderhandse obligatie waarvan denselven gewoonlijk aan de overledene zelfs den intr: heeft voldaan zijnde ’t cap:l groot 300:--
voldaan van de vrije mijd Owannie van de Caab, anders Pampie gen:t, over geleende penn: tegens den ordinaire intrest 50:--
Somma Rd:s15191:28

Aldus geinventariseert ten sterfhuijse voorm:t aan Cabo de Goede Hoop den 16:e en 17:e September 1772.

Als gecomm:e Weesm:ren: C:D: Wentzel, A:s v:n d:r Poel

Mij preesent: O:G: de Wet, Secret:s