Masters Of the Orphan Chamber

Testator(s):
Sara Maartens

18 Julij 1796

Inventaris van alle zodanige goederen, als er ab intestato metter dood zijn ontruijmd ende naargelaten door Sara Maartens laatst weduwe wijlen den soldaat Johan Lucas Gertenbach ten voordeele haarer nagelatene kinderen, als

a) de kinderen uit haare voorige huwelyk by wylen den burger Johan Hendrik Ekkenroot verwekt met naamen 1) Anna Ekkenroot wed: Jan Bruijns
2) Catharina Ekkenroot gehuuwd met Johan Lautenbach
3) Hendrik Ekkenroot mondig
b) mitsg: de kinderen door haar bij opgem: Gertenbach in egt geprocreëert genaamt 4) Johan Lucas Gertenbach mondig
5) Sara Jacoba Gertenbach gehuuwd met den sergeant Johan Habrek
6) Johan Godfried Gertenbach oud 20 jaaren
7) Johanna Carolina Gertenbach huysvrouw van Johan Sielep
8) Johan Christiaan Gertenbach oud 15 jaaren
9) Gillis Fredericus Gertenbach oud 13 jaaren

zodanig ende indiervoegen als dezelve door ons ord: Clercq en Bode der Weeskamer zijn geinventariseerd en opgenomen ten huijze van de edelen heer Lecste door de overleedene in huur bewoond geworden en aldaar

In ’t voorhuys
een hang lantaarn
een vierkant tafeltje
elf stoelen in zoort
twee spiegeltjes
derthien schilderijen
twee verlakte schenkblaadjes
twee tinne schootels
vier tinne borden
een tinne soepleepel
drie staale vorken
een tinne peperbus
een blikke tregter
agthien borden in zoort
een cop: bak
een cop: taartepan
een cop: keetel en cop: confoor
een cop: coffijkan defect
drie cop: kandelaars
twee cop: blaakers
een cop: vyssel en cop: stamper
twee vuurtestes
een cop: rasper
een snuijter
twee aarde potten

In de kamer ter regterhand
een ledikant met blouw behangzel
waar op
drie beddens
twee peuwluwen
twaalf kussens
een wolle deeken
twee katels
een glaase kast waarin de klederen van d’ overleedene, bestaande slegts in een weinige daagsche kleding, en dewelke op verzoek van de dogters onder haar lieden magt worden verdeelt
een lessenaar
een porceleine beeltje

Op de zolder
een ledikant met
twee vierkante tafels
zes stoel kussens

In de combuijs
een rak
een tobaksmes
een hak bord met zyn mes
een combuys tafel
een water halfaam
twee water emmers
een cop: beeker
twee yzere potten
vier yzere potten
een koeke pan
een rooster
een drie voet
een schoorsteen ketting
een asschop
een ijzere leepel
vyf en twintig ledige bottels en voorts wat rommeling

Leijfeigen
een slave jonge gen:t Jannuarij van Bengalen, zynde een snijder
een slave jonge gen:t Jannuarij , zynde oud en afgeleefd
een slave meid gen:t Sabina van Mosambicque

Inneschulden
Rd:s
van Breër over huur van een kamer 10

Nota 1) Johan Godfried Gertenbach verzoekt om bij desselfs swager Habreck ten woon te gaan terwyl hij zig met zynen ambacht zelfs kan geneeren

2) Johan Christiaan Gertenbach verzoekt om bij de heer A: Fleck ten woon te gaan en

3) Gilles Fredericus Gertenbach verzoekt om bij opgem: Habrek ten woon te gaan, die ook aangenoomen heeft om aan hem gratis de nodige onderhoud te geeven.

Aldus g’inventariseerd ten huyze voorm: op 18 Julij 1796 en de zulx op ’t op en aangeeven van de in den hoofde deeses gem: Hanrek dewelke betuygde zich in ’t opgeeven van voorsz: goederen ter goeder trouwe gedragen en zynes wetens niet versweegen te hebben alles onder presentatie van eede, met belofte zo wanneer in der tyd iets mogte ontdekken dat tot de gem: nalatenschap behoorende daar van getrouwelyk opgaaf te doen, en is deese tot meerder securiteit door den inventariend benevens ons eigenhandig onderteekend

Habigt

H:E: Blanckenberg

J:M: Prins