Masters Of the Orphan Chamber

Testator(s):
Isaak van de Kaap

19 Augustus 1820

Inventaris van alle zodanige goederen en effecten als behooren tot en gevonden zyn in den boedel van wylen den vryzwart Isaak van de Kaap door denselve metter dood ontruimd ende nagelaten; zodanig als deselve nalatenschap door den ondergetekende ter presentie de mede getekende getuygen ingevolge opgaaf van den heere m:r Jacobus Petrus de Wet in zyn ed: qualiteit als gewesene curator van den overleedenen is geinventariseerd en opgenomen, mitsgaders bevonden te bestaan in het volgende, te weeten

Een huijs en erf staande en geleegen in deese Tafelvalley in de Koffiesteeg

In het gemelde huys en aldaar

In de voorkamer
een oude kadel
twee oude kistjes
een oude tafel
een kist waarin
een hembd
een onderbaatje
drie doeken
een klein kistje
een schuif doosje
een kist waarin eenige oude plunjes
een oude rakje
een aarde pot
een aarde kan

In de gaanderij
een emmer
een ladder
twee oude manden
eenig rommeling

In de combuijs
twee ysere potten
een ysere koekepan
twee keetels
een kopere pannetje
een drievoet
twee schoorsteenkettings
twee emmers
een kan
een oude graaff

Lyfeigenen
Rosina van Mosambicque oud 34 jaren, waschmeid, met haar kinderen alle van de Kaap
Mocke Anthony oud 10
Mocke Salomon oud 9
Mocke Roosje oud 7
Doortje oud 6 jaren
Omtrend welke slaven, de heer De Wet verklaarde, dat een proces was gevoerd tusschen de overleedene en Carel Christiaan Mocke, welke ten voordeele van den overleedenen zoo wel by den ed: Achtb: Raade van Justitie, als by het Hoog Achtbaar Hof van Appel is uitgeweezen, doch waarvan de secumbant Mocke appel heeft aangetekend naar Koning en Raden in Engeland - synde de voorsz: slavene als nog in possessie van Mocke, en vermeenende hy heere De Wet dat gemelde slavin, zedert zy zich by Mocke bevind, nog heeft geteeld een kind, zonder de naam van het zelve te kunnen opgeeven

Contanten
Rd:s
aan papier en koper munt eene somma van acht ryksdaalders en acht stuyvers, zegge 8:8

Pro memorie word hier bekend gesteld, dat in den boedel is gevonden, de grosse van het testament door den overleedenen op den 30 Juny 1803 voor nu wylen den notaris publiek Daniel Petrus Haupt en zekere getuigen opgerigt, waarby hy tot syne eenige en universeele erfgename heeft benoemd zyne moeder de vrye vrouw Louisa van de Kaap, en tot executeur zynes testaments en redderaar synes boedels benoemd en aangesteld Johan Michiel Keeber, welke beide reeds lange overleeden zyn.

Aldus na gedane ontzegeling geinventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop op den 19:e Augustus 1820.

Voor den opgaaff: J:P: de Wet, q:q:

My present: J: Serrurier